Het grootste verschil tussen beide opties is de manier waarop je op safari gaat
.
In een nationaal park rijd je zelf rond in de huurauto — over honderden kilometers verharde en onverharde wegen. Je bent de hele dag vrij om rond te rijden van zonsopgang tot zonsondergang, maar je blijft op de aangelegde wegen. Bekende nationale parken zijn onder andere het Krugerpark, Pilanesberg en Hluhluwe-iMfolozi.
In een privé wildpark ben je passagier in een open safari jeep en rijd je met een ervaren ranger dwars door de bush, ook vóór zonsopgang en na zonsondergang. De rangers staan continu met elkaar in radioverbinding, waardoor je een veel grotere kans hebt om de Big Five — leeuw, olifant, neushoorn, luipaard en buffel — te spotten.
Overnachten
In de nationale parken overnacht je eenvoudige huisjes of net buiten de poort in de leukste kleinschalige guest houses.
De privé wildparken bieden luxueuzere lodges of tenten, vaak met zwembad, een gezellige lounge en een uitstekende keuken. Het avondeten wordt meestal geserveerd in de boma — een sfeervolle half-open ruimte rondom een kampvuur.
Dagindeling in een privé wildpark
Een typische dag ziet er ongeveer zo uit:
05:30 — Koud buffet (koffie, thee & beskuit)
06:00 — Ochtendsafari met open safariauto
10:00 — Uitgebreid ontbijt
14:00 — Lunch
15:00 — Middagsafari met open safariauto
19:30 — AvondetenIn de privé parken is alles inclusief — en dat merk je ook aan de prijs.
Maar voor die ultieme safaribeleving is het voor veel reizigers absoluut de moeite waard